Media

NRC Wat maakt het leven de moeite waard?

2 oktober

Elke Geurts: Durven is wat het leven de moeite waard maakt

Wat maakt het leven de moeite waard? Schrijver Elke Geurts (49) is pas een paar jaar bezig met de invloed van haar vrouw-zijn op de loop van haar leven. „Ik heb geleerd om anderen te behagen.”
 

Door: Kim Bos 10 oktober 2022

deel deze pagina

Elke Geurts: ‘Durven is wat het leven de moeite waard maakt’

Wat maakt het leven de moeite waard? Schrijver Elke Geurts (49) is pas een paar jaar bezig met de invloed van haar vrouw-zijn op de loop van haar leven. „Ik heb geleerd om anderen te behagen."

 

Elke Geurts heeft helemaal geen bruine tanden. Ze heeft wel een gulle lach met normaal gekleurde tanden, en heldere bruine ogen. Het gesprek begint in haar knusse huis met een kast bomvol boeken, die er schots en scheef in staan. Op de eettafel brandt een kaars en in de vensterbank staat een schaal met grote schelpen. De kater nestelt zich spinnend op de bank. Het regent al de hele dag. De herfst is begonnen. „Echt een dag om na te denken over het leven”, lacht Elke Geurts.

Die bruine tanden zijn een observatie van het zoontje van haar vriend, in Wie is die vrouw?, haar nieuwste autobiografische roman, die gaat over de nasleep van een scheiding – háár scheiding. Het is de opvolger van Ik nog wel van jou, dat in 2017 verscheen en een relaas is van een ontzettend liefdesverdriet. In beide boeken ontziet Geurts niets of niemand, inclusief zichzelf dus. De spanning die Wie is die vrouw? voortstuwt, is de late ontdekking dat haar ex-man tijdens hun huwelijk acht jaar een affaire heeft gehad. Maar eigenlijk is het boek „een zoektocht naar authenticiteit”, zegt Elke. „Ik onderzoek waar ik nu sta, en wie ik ben geworden, en ga na hoe dat zo gekomen is.”

In haar boek voert ze een ik-figuur op en er is een „de vrouw”. „Die laatste staat voor alle kantjes in onszelf die we niet graag laten zien, die we willen verhullen, waar we het liever niet over willen hebben, waar we ons voor schamen. Het is onze schaduwzijde, lelijkheid, dat wat niet gezien mag worden.”

Door haar op te voeren hoopt Elke Geurts zichzelf en de lezer „een beetje te bevrijden”. „Je mag er he-le-maal zijn met alles wat daarbij komt kijken.”

Elke is schrijver, en dat weet ze al zo lang ze zich kan herinneren.

In je laatste boek zoek je naar hoe je jeugd je gevormd heeft. Wat heb je ontdekt?
 

We leven, zo goed en zo kwaad als het gaat. Maar wat maakt het de moeite waard? Niemand die het definitieve antwoord kan geven, maar menigeen heeft er ideeën of zelfs sterke gevoelens over. Daarnaar vragen we in deze serie kunstenaars, schilders, dichters, musici en wetenschappers.

„De jeugd van je ouders heeft je ook gevormd, en alles daarvoor ook. En dat je een vrouw bent en geen man, en de geschiedenis van alle vrouwen in de familie. Ik vind het interessant om die patronen te ontwarren. We worden allemaal heel erg gestuurd door onbewuste patronen. Pas als we ons ervan bewust worden, kunnen we ons ervan bevrijden. Dan is er meer keuze.”

Een van de patronen die je ontwart, gaat over hoe je je opstelt in bed. Je beschrijft een bef-scène waar je niet echt zin in lijkt te hebben.

„Ik wilde machtsstructuren weergeven, en welke situatie leent zich daar beter voor dan seks? M., van de bef-scène, is een feministisch-type dat heel pro-vrouw is. Maar hij is tegelijkertijd opdringerig. Want hij zegt dat ze moet genieten, en hij zegt dat ze de deur niet open moet doen terwijl de bel gaat en de hoofdpersoon dat zelf wel wil. Het is de man die bepaalt. En de vrouw blijft maar keurig liggen. Ik dacht nog wel dat ik na de scheiding een ander mens was geworden.”

Omdat je nu met een feministische man samen bent.

„Nee, omdat dat zo hoort te gaan na een scheiding. Je verrijst uit de as, dacht ik. Als een vrijer mens. Maar je gaat gewoon door waar je gebleven was. Of je komt dingen tegen die je eerder niet was tegengekomen. Er is niets veranderd, wilde ik met die scène zeggen. En als je er niets mee doet, kan er ook nooit iets veranderen. Ik heb mezelf gedwongen om gênante situaties op te schrijven.”

Ik onderzoek waar ik nu sta, en wie ik ben geworden en ga na hoe dat zo gekomen is

De bel gaat. „Oh dat is…” Elke doet de deur open. „Wat ben je nat.” Een man met een volle bos grijs haar zit op een elektrische fiets met een gestroomlijnd zwart frame en kijkt naar binnen. „O, is de journalist nog hier”, zegt hij. Hij grapt: „Nou, dit is ’m, hoor.” Elke tegen hem: „Maar het gaat niet over jou hoor. Fijn hè?” Vandaag is de overdracht: hun dochters van twaalf en zeventien zijn deze week bij Elke, en hij komt oplaadkabels en een laptop brengen. „Iedereen wil hem altijd heel graag zien”, zegt Elke nadat ze de deur weer dicht heeft gedaan.

„Ik heb al een miljoen interviews gehad over het grote vreemdgaan van hem. En dan wordt me vaak gevraagd of ik het wel màg opschrijven. Of het niet erg is voor de kinderen. Dat zouden ze aan mannen denk ik niet vragen. Wat doet het vreemdgaan nou met jou, wordt me dan gevraagd. Maar daar gaat het boek nou specifiek niet over. Maar ik snap wel dat het spannend is. Ik heb het ook gebruikt omdat het een spannend verhaal is.”

De dag voor dit interview was ze naar de presentatie van Optimistische woede, een manifest van collectief Fixdit over seksisme in de literatuur. Manon Uphoff schrijft erin dat van een vrouw nooit wordt verwacht dat ze de architect van het huis is, maar dat het altijd gaat over de bewoner die erin zit.

Elke is pas sinds een paar jaar heel erg bezig met de invloed van haar vrouw-zijn op de loop van haar leven. Dat ontrafelt ze ook in haar werk, op dezelfde zoekende manier die ze tijdens het praten hanteert. „Ik heb nooit echt laten zien wie ik ben. Ik heb geleerd om de ander te behagen. Niet om authentiek te zijn. Dat is wat meisjes hebben geleerd. Het is wat mij heel erg is ingeprent waar ik vandaan kom: meisjes zijn minder waard, ze moeten lief, aardig, leuk en behulpzaam zijn. Dat minderwaardigheidscomplex zit diep in mij, en dus ook in de meeste vrouwen verankerd. We willen pleasen.”

In Ik nog wel van jou schrijf je dat je moeder je op bed vastbond om zelf naar het café te gaan.

„Ja. Maar toen was ze twintig hè. Het gebeurde één keer. Zij wilde uitgaan omdat haar vrienden haar anders saai zouden vinden. Een heel herkenbaar motief. Ze bond me niet constant vast hoor.”

Hoe oud was jij toen ook alweer?

„Toen ik vastgebonden werd?” Ze lacht, en grapt: „Ik werd mijn hele jeugd vast gebonden, is dat gek?

„Ik zal wel een baby zijn geweest, of een jaar of twee. Iemand die wel kan lopen of opstaan.” Ze benadrukt dat haar ouders heel jong waren toen Elke werd geboren, en dat de moeder van haar moeder het net zo deed: familiepatronen. Het ging mij in die scène om het beeld dat ik onder dezelfde riemen was vastgegespt als mijn moeder zelf vroeger.”

Een recensent noemde je nieuwe vriend, die je in Wie is die vrouw? opvoert, een hork.

„Als je een nieuwe liefde hebt is niet alles meteen goed. Je komt onherroepelijk iets tegen waar je geen zin in hebt. Dat hoort erbij, en dat schrijf ik op. In het echte leven hebben mijn vriend en ik het werkelijk overal over. Om maar niet in dezelfde valkuil te vallen als vroeger.

„Mijn boek is absoluut niet bedoeld als een loutering. Ik schrijf juist alles op wat schuurt en moeilijk is. Het lelijke wat mensen liever niet willen bespreken. Van anderen en mezelf.” Ook in haar eerdere boeken, twee verhalenbundels en twee romans, deed ze dat. „In het verhaal ‘Lastmens’, over een moeder die doet alsof ze au pair is van haar eigen kind, zoom ik in op het gevoel van gevangen zitten in het moederschap.

„Soms verbazen mensen zich over mijn verhalen, een vrolijk lachend iemand die ook heel duister is. Mijn parallelle wereld, de wereld waar je inspiratie vandaan haalt, is van nature best wel duister, terwijl mijn echte wereld vrij licht is.”

Als je een nieuwe liefde hebt, kom je onherroepelijk iets tegen waar je geen zin in hebt

„Kijk”, zegt Elke, „de zon breekt door.” We gaan naar buiten. Als haar dochters straks uit school komen, wordt het wat vol in de woonkamer. We lopen eerst langs kleine huizen met groene deuren, en maken een wandelingetje dat voert door een groen nat park, en iets verder langs bruine flats. Op het lege marktplein van een grijzig winkelcentrum in Amsterdam-Noord staat Elke Geurts ineens stil. Ze maakt een ‘v’ van haar armen. „Het gaat erom dat je durft. Durven is wat het leven de moeite waard maakt.” Ze lacht een aanstekelijke lach. „Ik heb wel een poos stilgestaan denk ik.” Hoe lang dan? Weer die lach. „Nou, wel de eerst vijftig jaar van mijn leven zo’n beetje.” Ze is 49. „Ik durfde zo ongeveer niks hè.” Ze durfde zichzelf niet te zijn, zegt ze, ze durfde geen kleine winkels in. „Dan was ik bang dat die mensen dachten: wat doet zij hier nou. Dat ze tegen me gingen praten.”

We lopen verder richting een middelgrote koffietent. „Ik durf nu meer. Dat is wel een belangrijk punt.” Een en ander is gaan veranderen, gaan schuiven, na de scheiding. Toen werd ze gedwongen om echt naar zichzelf te kijken.

Eenmaal in de koffietent gaat Elke Geurts eerst naar de wc. Terwijl ze nog terugloopt naar het tafeltje, begint ze te praten. „Weet je waar het denk ik mee te maken heeft?” Ze bedoelt: de zin van het leven. Nou? „Met ver-bin-ding.” Ze legt nadruk op elke lettergreep. „Om dat lelijke woord maar eens te noemen. Maar toch heeft het heel veel te maken met of het leven de moeite waard is. En of je jezelf verbonden voelt met jezelf en met de ander. Daar heeft het mee te maken. Ik voel mijn leven gaandeweg steeds een beetje meer.

„Hoe meer je durft te laten zien, hoe meer de ander laat zien en hoe interessanter het wordt. Hoe minder je laat zien, hoe geslotener de ander is. Dat wat je verbergt, gaat etteren, last veroorzaken. Die verborgen kant wil ik laten zien in mijn werk.”

Kort daarna vertelt ze min of meer en passant dat ze „natuurlijk” haar hele jeugd medicijnen heeft gebruikt. Vanwege epilepsie kreeg ze tussen haar veertiende en haar negentiende een maximale dosis carbamazepine. „Terwijl dat juist de jaren zijn waarin je erachter komt wie je wilt zijn en waarin je leert verhouden tot andere mensen”, zegt ze. „Maar dat heb ik niet meegemaakt, want ik lag helemaal plat.”r

Toen ze eenmaal het huis uitging stopte ze direct. „Het voelde meteen alsof ik al die jaren onder een grijze deken had geleefd.” Maar de epileptische aanvallen begonnen weer. Op een avond verdronk ze bijna in bad, maar ze verkoos dat risico boven het afgevlakte gevoel van ervoor. „Ik kon best wel leven met dat soms neervallen. Maar toen werd ik zwanger, en dan kan dat niet meer zomaar. En je kunt niet even ‘weg’ zijn als je met een kind op de trap loopt.” Sindsdien neemt ze een lagere dosis, waarvan ze nog niet precies weet wat de impact ervan is op haar gevoelsleven. „Ik ben sinds kort weer aan het afbouwen omdat ik wil leven met meer gevoel.” Ze neemt een slok van haar espresso. „Dichterbij komen is de bedoeling van mijn leven”, zegt ze.

Hoe merk je dat je dichter bij ‘iets’ staat?

„Omdat ik dan middenin het moment zit. Ik maak de werkelijkheid echt mee, zonder er een verhaal van te maken.”

Een week later stuurt Elke een mail van 868 woorden. Ze heeft het idee dat ze niet helemaal goed heeft uitgelegd wat voor haar het leven de moeite waard maakt. „Wat het leven voor mij de moeite waard maakt is: kijken, lezen, en schrijven. De lezer verwarren wil ik. Iets ongemakkelijks teweegbrengen. Door te schrijven, kom ik het dichtst bij waar ik zijn moet. In mijn werk durf ik makkelijker te tonen en te laten zien waar ik voor sta, dan in de werkelijkheid. Het is leuk om in mijn werk mijn hele wezen op het spel te zetten, een zekere onverschrokkenheid aan de dag te leggen, en grenzen op te zoeken met taal. Terwijl ik mezelf in het echt nog zo vaak anders, braver en vriendelijker, voordoe dan ik ben. Verschrikkelijk gewoon. Maar ik ben me er al wel veel meer bewust van.”

Verderop in de mail: „Wat het leven voor mij de moeite waard maakt is je ergens in te verdiepen, ergens aandacht voor opbrengen. Alles wordt interessant als je er echt goed naar kijkt, bij stilstaat.”

deel deze pagina